TOETSINSTRUMENTEN.ORG

weblog

Berichten op deze weblog die zich daarvoor lenen, worden na verloop van tijd ondergebracht bij ARTIKELEN.

Meervoudig jubileum voor Bätz-Witte orgel in de Wilhelminakerk van Beemte

29 Mar 2012
Voor het uit 1872 daterende monumentale Bätz-Witte orgel in de Wilhelminakerk van het Gelderse Beemte is 2012 een buitengewoon gedenkwaardig jaar.
Om te beginnen is het op 28 april precies tien jaar geleden dat het orgel in de Wilhelminakerk in gebruik werd genomen.

Het Bätz-Witte orgel in de Wilhelminakerk te Beemte
Op 7 juli is het dan 140 jaar geleden dat het orgel in gebruik werd genomen in de kerk waarvoor het oorspronkelijk is gebouwd, de Rotterdamse Westerkerk.
Vervolgens is het op 30 oktober 25 jaar geleden dat het orgel na een uitgebreide restauratie en reconstructie in gebruik werd genomen in de Apeldoornse wijkkerk "Sion".
Na de sluiting van "Sion" kwam het orgel naar de Wilhelminakerk.

De Wilhelminakerk in Beemte is nog niet zo oud. Maar ook voor dit kerkgebouw - dat zijn naam ontleent aan het feit dat koningin Wilhelmina hier regelmatig ter kerke ging - is er dit jaar sprake van een jubileum.
Op 12 mei is het nl. 75 jaar geleden dat het in gebruik werd genomen!
Het Bätz-Witte orgel is behalve in de zondagse kerkdiensten ook regelmatig in zang- en muziekavonden te beluisteren, als begeleidingsinstrument en als soloinstrument.

Met dank aan organist Hans Visser voor het doorgeven van de jubileum data.

Kinderen en het orgel

23 Dec 2011
Het is echt een misverstand dat kinderen alleen geïnteresseerd zouden zijn in gitaren en drumstellen. En dat ze een orgel meer iets vinden voor andere generaties.
Alweer even geleden besloot het bestuur van de kerk waar ik in die tijd organist was, dat de kinderliederen voortaan op de piano begeleid zouden worden.
Een paar diensten na dat besluit werd het ook weer teruggedraaid. Dat lag niet aan de kwaliteit van de piano. De kinderen gaven zelf aan dat ze de voorkeur gaven aan het orgel.
En waarom dan wel? "Nou, een piano hebben we thuis ook, en in de kerk vinden we het orgel veel leuker."

Deze maand kreeg ik een telefoontje van een predikant van een PKN kerk in Harderwijk.
Hij vertelde dat hij de komende catechisatieles voor de groep van 10-12 jaar in z'n geheel ging besteden aan het onderwerp kerkmuziek.
Hij had daarvoor een heuse kerkmuziekquiz geschreven. Behalve die quiz stonden ook nog een uitleg door de organist en een blik in het inwendige van het orgel op het programma. De kinderen hadden er wel oren naar, een initiatief dus dat zeker navolging verdient!

De doolhof der harmoniumliteratuur

12 Apr 2011
Onder de titel Authentieke harmoniummuziek verscheen onlangs een artikel *) over dit onderwerp van de hand van musicoloog Gerard van Reenen.
Een vlotte en onderhoudende stijl van schrijven kan de auteur niet ontzegd worden. Over zijn kennis van de harmoniumliteratuur ben ik wat minder positief.
Zo is hij van mening dat alle harmoniumcomposities van Sigfrid Karg-Elert door de componist zo geschreven zijn dat deze zowel op een zuigwind- als op een drukwindharmonium uit te voeren zijn. Terwijl ieder harmoniumspeler die zich serieus met het werk van deze componist heeft beziggehouden weet dat dit niet opgaat.
Wat Van Reenen schrijft over de harmoniummuziek van César Franck munt uit door onjuistheden en verkeerde aanname's. Dit was voor twee gerenommeerde harmoniumspelers, Joris Verdin en Dick Sanderman, aanleiding om een reactie **) te geven op het artikel.
Verdin stelt in zijn reactie onomwonden dat wat Van Reenen over Franck schrijft, in grote mate foutief is. De reactie van Sanderman is wat gematigder, maar wat hij daarin over de harmoniumbundel L'organiste van Frank schrijft, komt mij als speler correct en herkenbaar voor.
Van Reenen reageert op zijn beurt op de reactie van Sanderman met de stelling dat er geen bewijs is dat L'organiste originele harmoniummuziek is, omdat op een orgel met twee manualen hetzelfde bereikt kan worden als op een harmonium met manuaaldeling tussen e' en f'.
Goed geprobeerd, maar bij nader inzien toch niet goed genoeg. Sla in L'organiste van de Sept pièces en réb majeur et ut# mineur eens nr3 op en probeer dit - met de solostem op 16' basis en de begeleidende accoorden op 8' basis eens op een orgel met twee manualen te spelen. Dat zal niet lukken, want dit stuk maakt expliciet gebruik van de klavierdeling van het drukwindharmonium tussen e' en f'.
De conclusie of het hier nu om originele harmoniummuziek gaat of niet, moet nu toch gemakkelijk te trekken zijn!
Inderdaad, de harmoniumliteratuur kan een doolhof zijn, vol voetangels en klemmen, niet alleen voor de speler, maar ook voor een musicoloog!

*) Het artikel is te vinden in Vox Humana, de periodiek van de Harmonium Vereniging Nederland, jaarg 22 (2011) nr.1.
**) Idem nr.2.

Gemeentebestuur Middelburg staat verwijdering Peter-Gerritsz-orgelkas uit de Koorkerk toe

30 Jul 2009
Er zijn al jaren plannen om de uit de 15e en 16e eeuw daterende orgelkas die ooit de Nicolaïkerk in Utrecht sierde weer te verenigen met het historische binnenwerk.
Die kas staat sinds 1952 opgesteld in de Koorkerk in Middelburg. Het is het belangrijkste monumentale interieurstuk in deze kerk, die na het herstel van zeer zware oorlogsschade wel een monument van allure kon gebruiken.
Het is daarom onbegrijpelijk dat de gemeente Middelburg niet alle mogelijkheden uit de kast haalt om dit monument te behouden.
Orgeldeskundigen zijn bang dat bij het verenigen van binnenwerk en kas veel historische substantie verloren zal gaan, waardoor het historische belang van het instrument sterk terug zal lopen. Ik denk dat zij daar zeker een punt hebben. Vooral als het instrument ook nog bespeelbaar zal worden gemaakt, zullen er veel ingrepen gedaan moeten worden die onomkeerbaar zijn, en derhalve een stuk historie uitwissen.
Maar de 17 zienswijzen tegen verwijdering van de kas, die alle ongeveer die strekking hebben, zijn door b en w van Middelburg ongegrond verklaard! Voordat de Peter-Gerritsz-kas daadwerkelijk uit de Koorkerk zal verdwijnen, zal er nog wel enig duw- en trekwerk moeten gebeuren. De voorstanders van het project (het Rijksmuseum, RACM en een particuliere geldschieter) hebben echter een belangrijke barrière genomen. Saillant punt is dat de geldschieter als eis stelt dat het orgel weer in de Nicolaïkerk moet komen te staan. Opstelling op de oorspronkelijke plaats is echter onmogelijk. Want die plaats wordt ingenomen door het monumentale Marcussen-orgel!

Redacteur De Orgelvriend doet boekje open over het wereldje van orgelrestauraties en adviseurs

4 Jun 2009
Herinneringen aan Gert Oost (1942-2009) staat er boven een artikel in De Orgelvriend van juni 2009.
Een van de schrijvers van dit artikel over de onlangs overleden organist en musicoloog Gert Oost is redacteur Bart van Buitenen, een oud-leerling van Oost.
Van Buitenen haalt wat herinneringen op uit zijn studietijd bij Gert Oost, over harmonisatielessen, koorpracticum en dergelijke. Het artikel kabbelt zo wat voort, maar op een onverwacht moment verschijnt er een tekst waarbij de lezer toch op z'n minst even de ogen uitwrijft en denkt: lees ik dit wel goed? Ik citeer:
Een paar keer vertelde hij[d.w.z. Gert Oost, D.B.] me dat hij voorafgaande aan zijn eigen promotie had moeten beloven zich nimmer in de wereld van orgelrestauraties en -advies te bewegen. Het is de vraag of Gert zich ook ooit gelukkig had gevoeld in een wereldje waarin eigenschappen als betrokkenheid, integriteit en rechtschapenheid doorgaans vooral in je eigen nadeel blijken te werken, een wereldje waarin Gerts kostelijke visioen van vriendschap voor mens en muziekinstrument het al te vaak aflegde tegen machtsvertoon en geldingsdrang.
Einde citaat.
Dat hier een duidelijk teleurgestelde Van Buitenen aan het woord is, behoeft geen betoog. Deugt het wereldje van orgelrestaurateurs en orgeladviseurs inderdaad niet, of is het alleen maar te hard voor mensen als Van Buitenen?

Bestuur SBNO ondergaat verjongingskuur

8 Apr 2009
De Stichting tot Behoud van het Nederlandse Orgel houdt zich bezig met het verwerven van fondsen voor de restauratie van historische orgels.
Gezien de leeftijdsopbouw van het huidige bestuur werd al enige tijd uitgezien naar aanvulling met wat "jongere" aspirant bestuursleden. Het bestuur is blij dat een drietal personen, eerst voor een jaar als aspirant bestuursleden, konden worden benoemd, te weten: Gehoopt wordt dat de continuïteit van de stichting hiermee gewaarborgd is.

Orgelpark telt nu 7198 orgelpijpen

1 Apr 2009
Op 28 maart werd in het Orgelpark in Amsterdam het nieuwe Verschueren-orgel ingebruik genomen. Verslaggever Jochem Valkenburg van NRC Handelsblad maakte in zijn krant van 30 maart een tabelletje met de aantallen pijpen van de vijf orgels die het orgelpark thans telt, en komt op een totaal van 7198.
Het orgelpark heeft nu een Weens orgel uit 1913, een Duits orgel uit 1922, en Nederlandse orgels uit 1954, 2006 en 2009.
Zo onderhand wordt het woekeren met de ruimte in het Orgelpark. In dit voormalige kerkgebouw is nog slechts één balkon vrij.

Componist wil meer computergestuurde orgels

3 Mar 2009
In een interview met Marianne Broeder, afgedrukt in de VPRO gids van 28 februari spreekt de componist Jan Vriend er zijn leedwezen over uit dat er in Nederland nog maar zo weinig orgels zijn met een computersturing voor de registratie.
Hij roemt het orgel in het Concertgebouw als één van de weinige instrumenten die wel over zo'n faciliteit beschikt.
"Ik betreur het nog steeds dat de Nederlandse orgelmaffia zo'n conservatief standpunt inneemt in de ontwikkeling van de orgelbouw en weigert mee te gaan met de internationale trend" aldus Vriend in het artikel.
Moeten wij hieruit opmaken dat Vriend de Nederlandse orgels bij het grof huisvuil wil zetten als er niet onmiddelijk computergestuurde registratiemogelijkheden worden ingebouwd? Je zou het bijna wel zeggen! De Nederlandse orgelbouw staat internationaal gezien op een hoog niveau. Gelukkig houden onze orgelbouwers zich nauwelijks bezig met computersturing, maar wel met zaken die er bij een orgel werkelijk toe doen.

Maarten Seijbel binnenkort 70 !

6 Feb 2009
Met tomeloze energie zet hij zich al jaren in voor zijn passie: het orgel.
Hij begon een orgelmuseum, richtte een stichting op die het behoud van veel monumentale orgels mogelijk maakte, is een meester in organiseren en weet veel mensen aan zich te binden.
Natuurlijk: we hebben het over Maarten Seijbel, jarenlang hoofdorganist van het beroemde Quellhorst-orgel in de Grote kerk van de stad Elburg, orgeldeskundige, organisator van orgelreizen, kortom, iemand die vrijwel alles wat op orgelgebied mogelijk is al wel eens heeft aangepakt.
Op 14 februari 2009 hoopt hij 70 te worden. Deze mijlpaal zal zeker niet ongemerkt voorbijgaan. Onze inschatting is echter dat Maarten daarna gewoon doorgaat met zijn passie. Maarten: proficiat en nog vele jaren toegewenst!

Nationaal Historisch Orgelmuseum heeft vernieuwde website

14 Nov 2008
Ik kan u aanraden eens een bezoek te brengen aan de vernieuwde website van het Nederlands Historisch Orgelmuseum. De nieuwe opzet is gebruikersvriendelijk en het is prettig er even rond te kijken. Het fotomateriaal is sterk verbeterd, en u kunt dan ook een aardige indruk krijgen van wat het museum zoal te bieden heeft.
Maar natuurlijk gaat er niets boven een bezoek aan het museum zelf. Het is gevestigd in het pitoreske stadje Elburg.
De website vindt u op http://www.orgelmuseumelburg.nl

Guilmant-kenner schrijft tijdschrift vol over zijn favoriete componist

17 Oct 2008
Concertorganisten die op zoek zijn naar muziek van Alexandre Guilmant weten hem te vinden: Piet Bron.
Bladmuziek die niet meer in de winkel ligt diept hij voor hen op uit zijn omvangrijke Guilmant-archief.
In de Vox Humana, aflevering oktober 2008, een tijdschrift dat uitgegeven wordt door de Harmonium Vereniging Nederland, staan een tiental artikelen over de Franse componist. Het overgrote deel is van de hand van Piet Bron. De lezer krijgt niet alleen op een prettige manier kennis van leven en werken van Guilmant, maar wordt ook nog eens verwend met een 16 pagina's tellende muziekbijlage.
Hierin zijn een viertal harmoniumcomposities van Guilmant opgenomen, waarvan er één nog niet eerder is gepubliceerd.
Piet Bron heeft samen met zijn zoon Piet Bron jr. een website over Guilmant opgezet.
Kijk eens op www.guilmant.nl. De Harmonium Vereiging Nederland is te vinden op www harmoniumvereniging.nl.

Hendrik Hermanus Hess maakte bepaald meer kerkorgels dan er op een hand te tellen zijn

4 Sep 2008
Het tijdschrift "Het Orgel" is al aan zijn 104e jaargang bezig. Het staat onder meer bekend om zijn kwalitatief hoogstaande artikelen over orgelbouw, die dan ook in brede kring als gezaghebbend worden beschouwd.
Het valt daarom des te meer op als er in "Het Orgel" een artikel verschijnt waarin de scribent een aantoonbaar onjuiste bewering doet, die meteen duidelijk maakt dat hij voor de hand liggende bronnen niet geraadpleegd heeft.
Waar gaat het over? Het gaat over een artikel in aflevering 5 van de 104e jaargang van "Het Orgel". Het is van de hand van A.H. Vlagsma (die eerder een proefschrift schreef over het "Hollandse" orgel).
In "Vier voormalige orgels in Dordrecht" beschrijft hij de lotgevallen van vier Dordtse orgels. Waaronder het orgel dat van 1775 tot 1898 of 1899 in de Augustijnenkerk stond. Dit orgel werd gebouwd door Hendrik Hermanus Hess (1735-1794) uit Gouda.
Volgens Vlagsma hield deze Hess zich voornamelijk bezig met huisorgels en is het aantal kerkorgels dat hij bouwde op één hand te tellen.
Het is waar dat Hess zeer actief was in de huisorgelbouw, maar dat het aantal kerkorgels dat hij bouwde op één hand te tellen is, is een bewering die elke grond mist.
Bij het doornemen van de bekende 18-19e eeuwse dispositieverzamelingen van N.A. Knock, E. van Eem en J. Hess kom ik al snel tot de volgende werklijst van nieuwgebouwde orgels:
  1. Bodegraven, nh kerk 1761
  2. Bodegraven, luth. kerk 1771
  3. Utrecht, r.k. olv kerk 1772
  4. Schiedam, gasthuiskerk 1773
  5. Willemstad, nh kerk 1775
  6. Dordrecht, Augustijnenkerk 1775
  7. Oudshoorn, nh kerk 1783
  8. Charlois, nh kerk 1784
  9. Kloetinge, nh kerk 1787
  10. Haastrecht, nh kerk 1791
  11. Haarlem, nieuwe kerk 1791
n.b. In het orgel van Haarlem gebruikte Hess ouder pijpwerk afkomstig uit het koororgel van de St. Bavo aldaar.
Hess voerde ook onderhoud en reparaties aan kerkorgels uit, waarbij het niet alleen gaat om de instrumenten die hij zelf bouwde, maar ook om vele andere instrumenten, waaronder beroemde orgels als die van de St. Jan te Gouda en de St. Bavo te Haarlem.
Terug naar het artikel van Vlagsma. Spijtig is ook dat Vlagsma zijn relaas over het orgel van de Augustijnenkerk laat eindigen met de mededeling dat het per advertentie te koop werd aangeboden toen er een nieuw orgel van Maarschalkerweerd kwam. Einde verhaal, de lezer in het ongewisse latend over de verdere lotgevallen van het orgel.
F.W. Huisman schreef hier al eerder over:
"In 1899 werden de resten van het danig gehavende instrument door een vishandelaar geplaatst in de gereformeerde Nieuwe Oosterkerk te Rotterdam. In1905 werd het door J.J. van den Bijlaard overgebracht naar de gereformeerde kerk te Putten op de Veluwe. Wat er nu [1981] nog van het instrument over is, berust in de gereformeerde kerk te Muiden."
Bronnen:

RUCKERS, a harpsichord and virginal building tradition

25 Aug 2008
"Ruckers, a harpsichord and virginal building tradition", waarvan de eerste druk verscheen in 1990, is een standaardwerk over deze befaamde Antwerpse klavecimbelbouwersdynastie.
De auteur is Grant O'Brien, eens curator van de Russell Collection of Early Keyboard Instruments aan de universiteit van Edinburgh.
Aanleiding om hier bij stil te staan is het onlangs verschijnen van de tweede druk van dit al lang uitverkochte werk.
O'Brien is behalve wetenschapper ook een man van de praktijk. Hij bouwt klavecimbels en virginalen, en in zijn boek ligt het accent vooral op het ambacht van de Ruckers traditie. Hij beschrijft dus niet alleen hoe de instrumenten er uit zien, maar vooral hoe ze gemaakt werden.
Dat maakt dit boek met name interessant voor hedendaagse bouwers en anderen, die precies willen weten wat het geheim is van de kwaliteit en de grandeur van de Ruckers instrumenten, die nog steeds ongeëvenaard lijken te zijn.
Het is algemeen bekend dat instrumenten nogal eens ten onrechte als Ruckers produkten werden aangemerkt. O'Brien geeft tips hoe een echte Ruckers herkend kan worden. In het hoofdstuk "Trademarks of Ruckers instruments" vindt u genoeg aanwijzingen om een echte van een vervalsing te onderscheiden.
In de 18e eeuw zijn veel Ruckers klavecimbels omgebouwd tot voor die tijd moderne instrumenten. Daarbij bleef echter minstens de zangbodem met attributen behouden, omdat men wel in de gaten had dat deze onderdelen zo van belang zijn voor de klankschoonheid van het instrument.
Uitgave: Cambridge University Press, www.cambridge.org

Oudste orgel van Nederland opgebouwd voor onderzoek

6 Jun 2008
Het was in de negentiende eeuw gebruikelijk dat oude orgels, die moesten wijken voor nieuwe instrumenten, werden gesloopt. Slechts een enkele keer werd een oud instrument verkocht om een tweede leven te gaan leiden bij een minvermogend kerkgenootschap, of werden wat onderdelen hergebruikt.
In 1885 werd het in eerste aanleg uit de vijftiende eeuw daterende orgel van de Nicolaïkerk te Utrecht vervangen door een nieuw instrument. Dank zij een initiatief van de Vereniging voor Noord-Nederlandse Muziekgeschiedenis kon het oude instrument in het Rijksmuseum te Amsterdam worden opgesteld.
Begin vijftiger jaren van de vorige eeuw werden de kassen inclusief de frontpijpen in bruikleen afgestaan voor een opstelling in de Koorkerk te Middelburg. Het binnenwerk werd opgeslagen in een rijksbunker.
Enkele maanden geleden is men begonnen met het opstellen van het binnenwerk in een loods van de RACM (Rijksdienst voor Archeologie, Cultuur en Monumenten) te Lelystad. Er zijn plannen om de inzichten die hierdoor worden verkregen aan te wenden voor het bouwen van een kopie van dit belangwekkende instrument. Naar mijn idee zou dit een daad van grote culturele betekenis zijn!
Omdat de orgelkassen nog steeds in Middelburg verblijven, is er voor gekozen een houten frame te bouwen waaraan de verschillende historische onderdelen bevestigd konden worden. E.e.a. is zo uitgevoerd, dat de onderdelen zich op de juiste positie t.o.v. elkaar bevinden. Visueel levert dit een overtuigend beeld op van het orgelinterieur.

Ik heb voor u een aantal afbeeldingen gemaakt van de aangetroffen situatie in Lelystad. Het uit nieuw hout opgebouwde frame zult u door de lichte kleur gemakkelijk kunnen onderscheiden van de historische onderdelen. Door op de betreffende tekst hieronder te klikken krijgt u de bijbehorende afbeelding te zien.
Meer informatie over het oudste orgel van Nederland is te vinden in HET NEDERLANDSE ORGEL IN DE RENAISSANCE EN DE BAROK, IN HET BIJZONDER DE SCHOOL VAN JAN VAN COVELENS van Jan van Biezen, uitgegeven bij de koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis (1995).

Gustav Leonhardt binnenkort 80

18 May 2008
Gustav Leonhardt viert 30 mei zijn tachtigste verjaardag.
Met een kort berichtje staat NRC Handelsblad in de krant van vrijdag 16 mei hier even bij stil. Leonhardt gaat dit vieren met een orgel- en klavecimbelconcert in de Oude Kerk in Amsterdam. Op 30 mei begint het concert daar om 20.15 uur, u kunt reserveren via 020 6258284.
Nadat het enige tijd wat minder goed ging met deze nestor van de oude (klavier)muziek, bleek vorig jaar bij een klavecimbelconcert dat hij gaf tijdens het Festival Oude Muziek in Utrecht dat zijn buitengewone kwaliteiten als vertolker van oude muziek nog steeds volop aanwezig zijn.
Met zijn Froberger interpretaties wist hij mij weer net zo te boeien als voorheen.

Pereboom en Leijser orgel paart krachtige aan fluweelzachte klanken

26 Mar 2008
Als voor een overbodig cultuurgoed uit vroeger tijden een nieuwe bestemming gevonden wordt, stemt dat vaak tot vreugde.
Zo ook bij de ingebruikname van het uit 1897 daterende Pereboom en Leijser orgel op eerste paasdag 2008 in de Mariakerk te Apeldoorn. Dit fraaie instrument heeft al eerder dienst gedaan in kerkgebouwen in Groningen en Tilburg. Het werd door de orgelmakers Pels en Van Leeuwen teruggebracht in de oorspronkelijke staat en in Apeldoorn geplaatst.
Organist Bernard Bartelink presenteerde het instrument. Opvallend was daarbij het vitale en inspirerende spel van deze bejaarde organist.
Pereboom en Leijser orgel te Tilburg Het orgel is ruim voorzien van 8-voets registers met een strijkend karakter, waardoor een warme, fluwelen klank wordt ontwikkeld, terwijl de klanken van de tongwerken Trompette en Bombarde zorgen voor een krachtig geluid zoals we dat kennen van Franse orgels uit dezelfde bouwtijd.
Zo we al twijfels hadden aan het concept van Pereboom en Leijser, dan waren die na het concert op een overtuigende manier verdwenen. Daar komt nog bij dat het instrument het zowel visueel als qua klank goed doet in dit neogotische kerkgebouw.

Bij al deze positieve kwalificaties kunnen we niet heen om enkele punten van kritiek die dit beeld enigszins aantasten.
De gereconstrueerde Voix Humaine op het zwelwerk vonden wij niet overtuigend. Kennelijk hebben anderen dat ook al geconstateerd, want in het boekje dat werd uitgereikt na de ingebruikname wordt vermeld dat dit register tijd nodig heeft om zich te "zetten". Wij zijn echter van mening dat de klank niet vanzelf beter zal worden, maar dat er aan het register gewerkt moet worden.
Ook de gereconstrueerde Flûte Harmonique op het hoofdwerk kon ons niet bekoren. Dit soloregister kon zich onvoldoende staande houden bij begeleiding door enkele zachte stemmen van het zwelwerk. Verder bleek de werking van de tremulant nogal onvoorspelbaar te zijn en bespeurden wij bij de windvoorziening van het zwelwerk soms enige instabiliteit.
Blijft het feit dat katholiek Apeldoorn een fraai orgel rijker is, maar er is nog wat werk te doen.
De afbeelding dateert uit 1957, toen het orgel in Tilburg stond opgesteld.

Absoluut gehoor: handig of niet voor bespelers van toetsinstrumenten?

29 Feb 2008
In de eind vorig jaar uitgekomen bestseller Musicofilia van de bekende neuroloog/auteur Oliver Sacks is ook een hoofdstuk te vinden over het onderwerp absoluut gehoor.
Sacks wijst er op dat het bezit van een absoluut gehoor niet alleen maar zegeningen met zich mee brengt. Sommige musici met absoluut gehoor kunnen nl. behoorlijk gefrustreerd raken als zij een muziekstuk op een andere toonhoogte moeten spelen dan ze altijd hebben gedaan.
Toen ik dit las, moest ik denken aan een gesprek dat ik jaren terug met een bekende (nu niet meer actieve) orgelmaker had. Hij vertelde me dat de in die tijd bekende organist Daniel Chorzempa hem verteld had dat hij voor zijn opnames orgels uitzocht die gestemd waren op a=440Hz. Bij het spelen op orgels met een afwijkende toonhoogte (en dat is vaak het geval bij beroemde historische orgels), koste hem dat zoveel meer inspanning dat het ten koste ging van de interpretatie.
Een absoluut gehoor lijkt voor organisten dus niet altijd handig te zijn.

Gaat delrin eigenlijk langer mee dan ravenpennen?

31 Jan 2008
In reeds lang vervlogen tijden werden de plectra voor een klavecimbel gesneden van ravenpennen. Ook andere vogelsoorten schijnen leveranciers te zijn geweest van materiaal nodig om deze instrumenten de juiste toon te laten produceren.
In deze tijd wordt een klavecimbel nog zelden voorzien van plectra gemaakt uit dierlijk materiaal. Wel schijnen in bepaalde dierentuinen afgevallen veren en klauwen bewaard te worden voor dit doel.
Hoe lang plectra uit dierlijk materiaal meegaan, weet ik niet. Ik heb het ook nergens in handboeken over klavecimbels kunnen vinden.
Mijn klavecimbel werd in 1989 gebouwd door J.C. van Rossum, en, uiteraard, voorzien van delrin plectra. Deze kunststof heeft de eigenschap dat het in de loop der tijd wat harder van structuur wordt, waardoor de klank van het instrument zich wijzigt, wat door de plectra enigszins bij te snijden weer gecorrigeerd kan worden. Daar kun je natuurlijk niet als maar mee door blijven gaan. Nu is het zover dat er plectra beginnen te breken. Dat gebeurt natuurlijk onder het spelen (en dan meestal nog als ik met anderen aan het samenspelen ben).
Eigenlijk zou ik dus alle plectra in één keer moeten vervangen door nieuwe. Maar ja...

Wie bekommert zich straks om die kostbare instrumenten?

31 Dec 2007
19e eeuws secretaireorgel Dreigend tekort kerkmusici kopt De Orgelkrant, het actualiteitenorgaan van de KNOV. Belangrijk nieuws voor de orgelkrant, want meer dan driekwart van de kerkmusici is organist.
Als organisten tot een uitstervend ras dreigen te gaan behoren, wordt dit een probleem voor de kerken. Maar ik wil ook even uw aandacht vragen voor een ander aspect van dit probleem.
Eerst even dit.
In Nederland bestond in de 18e en 19e eeuw een bloeiende huisorgelbouw. Deze instrumenten werden gebouwd in de vorm van een kabinet, een secretaire of ander meubeltype. Hiernaast vind u een plaatje van een 19e eeuws secretaireorgel.
Gelukkig zijn er nog heel wat van die instrumenten bewaard gebleven. Als u er meer van wilt weten, kan ik u de in 1977 verschenen omvangrijke studie Het Nederlandse huisorgel in de 17e en 18e eeuw van Dr. Arend Jan Gierveld aanbevelen.
Voor wie zijn die instrumenten op dit moment interessant? Precies, voor organisten. Niet om hun concert of kerkdienst op voor te bereiden, maar om thuis eens stijlvol te musiceren op een orgeltje dat nu eens niet voor een kerk, maar voor huiselijk gebruik geconcipieerd is. Ik ken verschillende collega's die zo'n instrument bezitten en het koesteren!
Maar: wie zorgt er voor deze kostbare instrumenten als organisten zeldzame verschijningen geworden zijn? Worden ze dan verkocht naar het buitenland? Of wordt het binnenwerk verwijderd omdat het antieke meubel gemakkelijker te verhandelen is? Of zal zo'n instrument gewoon staan te verpieteren bij de erfgenamen van de overleden organist?

Orgelcultuur dominante muziekcultuur in Nederland

30 Nov 2007
Het is nog mar een jaar geleden dat muziekjournalisten en kenners van de orgelcultuur zich in Rotterdam druk maakten om de toekomst van het koninklijk instrument. (U kunt dat hier nalezen).
Verrassend is het daarom zeker dat Nederlanders de orgelcultuur hoog blijken aan te slaan. In NRC Handelsblad van 17-11-2007 kunnen we hierover het volgende lezen.
De Nederlandse orgelcultuur is bovenaan geëindigd na een publieksverkiezing voor een Canon van de Nederlandse Klassieke muziek.
Deze nieuwe Canon werd georganiseerd omdat in de Canon van de Nederlandse historie "Klassieke muziek" ontbreekt. De NPS zond de afgelopen maanden op Radio 4 vijftig korte programma's uit over belangrijke personen en verschijnselen in de Nederlandse muziekhistorie van de laatste vijf eeuwen. De afgelopen week kon daarover worden gestemd.
De orgelcultuur kreeg 27 procent van de stemmen.
Op 2 eindigde de koorcultuur (17 procent), op 3 het Koninklijk Concertgebouworkest (14 procent) en op 4 de componist Jan Pieterszoon Sweelinck (6 procent). De Canon is beschikbaar via de site www.radio4.nl/canon.

Trayser harmonium na ruim een eeuw weer terug in land van herkomst

31 Oct 2007
Trayser drukwindharmonium Dit 19e eeuwse drukwindharmonium van het fabrikaat Trayser werd oorspronkelijk gebouwd voor een Engelse firma, die toetsinstrumenten uit Duitsland importeerde voor de Engelse markt.

De harmoniumfabrikant Philipp J. Trayser & Co. was gevestigd in Stuttgart, en aktief in de harmoniumbouw van 1847 tot begin 1905.
Trayser leerde het vak bij Alexandre in Parijs. Het bedrijf fabriceerde in totaal ongeveer 37.000 harmoniums, wat niet echt veel is. Alexandre maakt er in dezelfde periode meer dan 100.000.

Eind 20ste eeuw dook het harmonium op in Nederland, en nadat het deel had uitgemaakt van de harmoniumcollecties van verschillende verzamelaars, is het sinds eind augustus 2007 in bezit van een Duitse verzamelaar.
Waarmee dit, zowel voor het oor als voor het oog buitengewoon fraaie, instrument dus weer terug is in het land van herkomst.

Nationaal Historisch Orgelmuseum te Elburg verwerft kopie Baldachin-orgel

1 Sep 2007
Baldachin-orgel In de Churburg in Zuidtirol staat al sinds 1559 een orgeltje in de vorm van een tafelpositief. Het werd gebouwd door de orgelbouwer Michael Strobl uit Ammergau en staat bekend als het Baldachin-orgel.
Het instrument staat op een speciaal daarvoor gemaakte tafel, en direct achter het instrument liggen twee spaanbalgen voor de windvoorziening. Van dit instrument is een kopie gemaakt, die onlangs door het Orgelmuseum verworven kon worden. Het kopiëren is met de nodige vrijheden gebeurd, zo is de afwerking minder weelderig als het instrument in Churburg en ook voor de dispositie zijn andere keuze's gemaakt.
De klavieromvang is C t.m. a'', met kort octaaf. De vier registers, waaronder een Regaal 8', zijn alle gedeeld in bas en diskant. Via een hefboomstelsel kan de speler zelf de balgen treden, maar het is ook mogelijk dit een calcant te laten doen, die de balgen dan met de hand bedient.
Ondertussen is dit fraaie instrument te bewonderen in het museum. Misschien verstandig om klaviermuziek van Sweelinck of Frescobaldi mee te nemen...

Het effect van stemmingen op muziek: misschien groter dan u dacht...

31 Aug 2007
Enkele maanden geleden heeft u al via deze weblog kunnen vernemen dat er iets bijzonders op het programma stond van het Festival Oude Muziek in Utrecht. Een speler en een stemmer die nu eens precies uit de doeken zouden gaan doen hoe het zit met die oude stemmingen. En vooral, wat nu het effect op de muziek is.
Welnu, op 27 augustus stonden er in theater Kikker in Utrecht drie klavecimbels opgesteld. Met verschillende historische stemmingen.
Aan klavecinist Menno van Delft de taak om de toehoorders in te wijden in de geheimen van de stemmingen. Van Delft moest die klus alleen klaren, want stemmer Eduard Bos liet verstek gaan, naar werd medegedeeld omdat die dag de opera in Amsterdam een beroep op hem had gedaan. "En de opera is een machtig instituut..." zo werd er veelbetekenend aan toegevoegd.
Nu bleek Van Delft goed in staat deze klus alleen te klaren. Hij begon met aan te tonen dat een klavierinstrument waarin een reine stemming wordt aangebracht, onbespeelbaar wordt. Voor velen niet echt iets nieuws, maar omdat Van Delft daadwerkelijk een reine stemming ging aanbrengen en vervolgens liet horen waar het vastloopt en waarom, wordt het iets dat je altijd helder bijblijft.
Daarna kwam aan de orde waar het bij barokstemmingen nu echt om gaat: Hoe verdeel het overschot als je drie reine tertsen in een octaaf probeert te passen over elk van die tertsen?
Welnu, elk van de drie opgestelde klavecimbels had daar een eigen oplossing voor. Zo was goed te horen dat een Allemande van Froberger niet te genieten is in een compromisloze middentoonstemming, maar in een "wohltemperierte" stemming te vlak wordt en bepaalde tertsen te veel gaan zweven.
Voor continuospel bij barokmuziek beval Van Delft een 1/6 of 1/7 kommastemming aan.

Het harmonium: Instrument humain par exellence

2 Jul 2007
Of zonder het harmonium het klankbeeld van de 19e eeuwse muziek er wezenlijk anders had uitgezien, zullen we wel nooit weten. Voor de organisatoren van het seminar Grundlagen des Harmoniumspiels lijkt dat echter een uitgemaakte zaak te zijn.
Tegelijkertijd constateert men op sombere toon dat de harmoniumtraditie helaas vrijwel verloren is gegaan.
Werk aan de winkel dus!
Voor een symposium bestaande uit lezingen en workshops heeft men een kenner van de harmoniumliteratuur en het harmoniumspel par exellence aangetrokken: Joris Verdin.
Het symposium wordt in september 2007 gehouden in Blankenburg in de Harz, meer informatie vind u via de agenda op deze weblog.
Als een en ander gaat leiden tot een massale omarming van het harmonium hebben we wel een probleem. Er zijn dan nl. niet genoeg goed bespeelbare instrumenten beschikbaar!
Als u wat verder snuffelt op deze website komt u nog een paar harmoniums tegen die nog te koop zijn. Haast u!

Nederlands Clavichord Genootschap viert jubileum met symposium

1 Jun 2007
In september 2007 bestaat het Nederlands Clavichord Genootschap 20 jaar. Het genootschap laat dit niet ongemerkt voorbijgaan, en organiseert van vrijdag 28 tot en met zondag 30 september een symposium met concerten, voordrachten, en een tentoonstelling waarin ook diverse typen klavichorden te zien zullen zijn.
Te horen zijn onder meer Siebe Henstra en Menno van Delft, en het slotconcert zal worden gegeven door niemand minder dan Gustav Leonhardt.
De rode draad in dit symposium is als volgt samen te vatten: Het aantal bewaard gebleven antieke klavichorden uit de Nederlanden is zeer gering. Gelukkig zijn er nog een bouwtekening van ca. 1450 (Henric Arnoldsz. van Zwolle), en allerlei waardevolle afbeeldingen van klavichorden, vaak met spelers in een symbolische scène of een huiselijk tafereel.
Wat voor muziek speelden de mensen daar toen op? Wat voor klankeigenschappen hadden de afgebeelde instrumenten en hoe ontwikkelden zich de bouw en de speelmogelijkheden van de diverse typen klavichord in een periode van 1400 tot 1800?
Welke plek had het klavichord bij de mensen van toen in vergelijking tot de andere soorten klavierinstrumenten zoals orgel, klavecimbel en fortepiano? Wat kan het klavichord ons, mensen van nu, bieden?
Meer info is te vinden op de site van het genootschap, www.clavichordgenootschap.nl.

Eindelijk een stemmer aan het woord

1 May 2007
Zo nu en dan duikt het onderwerp stemmingen voor toetsinstrumenten weer eens op. Een jaar terug (mei 2006, als u verder scrolt komt u het nog tegen) heeft u op deze weblog kunnen lezen over de stemming die Bach gebruikte bij Das wohltemperierte Klavier.
De ontdekker van deze stemming, Bradley Lehman, verklaarde in zijn enthousiasme deze stemming ook van toepassing op ander Bachwerk en zelfs op het werk van tijdgenoten van Bach. Wat weer betwijfeld wordt door andere stemmingsdeskundigen.
Al met al wordt het tijd om de mensen van de praktijk eens aan het woord te laten.
Dat gaat gebeuren op maandag 27 augustus van dit jaar, als klavecinist Menno van Delft en stemmer Eduard Bos in het kader van het Festival Oude Muziek Utrecht een lezing-demonstratie geven over het effect van verschillende stemmingen op muziek. Aan de orde komen vragen als: hoe verfijnd is ons gehoor, welke rol speelt conditionering bij onze beleving van zuiverheid, heeft een stemming invloed op de muzikale boodschap en zo ja, hoe werkt dat dan?

Jazz in het orgelpark

2 Apr 2007
Wie de concertlijst van het Orgelpark wel eens doorloopt, heeft vast en zeker gezien wat het thema op de laatste zaterdag van de maand meestal is: jazz.
Ook in het komende concertseizoen 2007-2008 is dit weer het geval. Zo staat op 24 november een concert met onder meer Guus Janssen geprogrammeerd. Voor zover mij bekend kwamen we Guus Janssen nog niet tegen als (toetsen)speler in het orgelpark. Het optreden van deze actieve componist/pianist/jazzmusicus in het orgelpark ligt echter wel voor de hand. Onlangs hoorde ik hem in een interview met enthousiasme en kennis van zaken vertellen over de historie van de Nederlandse orgeltraditie. Maar belangrijker is dat in zijn omvangrijke oeuvre ook een (bescheiden) plaats is voor het orgel: in 2002 schreef hij voor de organist Jan Raas en Nieuw Symfoniëtta Amsterdam een orgelcompositie met de hilarisch aandoende naam Pruledium and Momba (sic!) en in 2003 zag Estampie, geschreven voor het Orgelconcours Nijmegen, het licht.
In 2006 liet Janssen zich als speler horen op orgel in het Festival Luchtkastelen.

Telemann deed niet zo moeilijk

31 Mar 2007
Georg Philipp Telemann (1681-1767) heeft als componist een een gigantisch oeuvre nagelaten, maar veel daarvan is in de vergetelheid geraakt.
Op een studiedag in Utrecht rondom zijn sonates voor blokfluit en continuo speelden de docenten Martine Visser (klavecimbel) en Sascha Mommertz (blokfluit) Telemann's Sonatine V in drie verschillende uitvoeringen. Het verschil zat in het continuo, en dan met name de becijferde bas.
Wat is het geval? De blokfluitpartij is wel bewaard gebleven, maar de becijferde bas niet. En dus wierpen musici uit onze tijd (waaronder Winfried Michel, onder meer bekend van zijn fraaie continuo uitwerkingen) zich op het vervaardigen van een zo mooi mogelijke, bijpassende, becijferde bas.
Al dit creatieve handwerk bleek op zeker moment achterhaald te zijn omdat alsnog de originele bas van Telemann werd ontdekt.
Wat blijkt nu? De oorspronkelijke bas van Telemann is veel simpeler dan de sophisticated produkten van onze tijd.
Het is alsof Telemann 240 jaar na zijn dood alsnog wil zeggen: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg!

Revival van het klavecimbel begon al in de 19e eeuw

28 Feb 2007
Dat het klavecimbel een historisch muziekinstrument is, is natuurlijk niets nieuws. Dat het maken van kopieën in onze tijd kwalitatief op een zeer hoog niveau staat, zal ook niemand vreemd zijn.
Wat niet iedereen weet, is dat aan het einde van de 19e eeuw , toen de belangstelling voor oude muziek begon door te breken, al opnieuw werd begonnen met het bouwen van klavecimbels. Dat heeft een aantal curieuze instrumenten opgeleverd. Zo toonde de pianofabrikant Pleyel uit Parijs op de wereldtentoonstelling in 1889 een nieuw klavecimbel dat een 18e eeuws aandoend uiterlijk kreeg. Ook de firma's Erard en Gaveau kwamen met klavecimbels in een 18e eeuws jasje. Waar mogelijk bracht men in het speeltechnische gedeelte verworvenheden uit de 19e eeuwse pianobouw aan. Dat dit consequenties had voor de klank, zal duidelijk zijn.
De Pleyel, bekend van afbeeldingen met de klaveciniste Wanda Landowska, is zelfs, net als een moderne vleugel, uitgerust met een stalen frame!
In tegenstelling tot historische instrumenten hebben deze vroege revival klavecimbels geen bodem. Wat dit voor de klank betekent, weet ik niet, maar het heeft het voordeel dat constructie van de ribben en lijsten onder de zangbodem eenvoudig te inspecteren is door onder het instrumen te gaan liggen.
Dit leverde mij wat commentaar op van de suppoosten in het museum, maar het werd mij toegestaan zolang ik maar nergens aankwam. Het museum, het Musikinstrumenten Museum in Berlijn, heeft behoorlijk wat van deze vroege revival instrumenten staan, en de geschiedenis van het klavecimbel houdt daar dus ook niet op bij de 18e eeuw. Ik kan u een bezoek van harte aanbevelen.
Vrijwel alle daar tentoongestelde instrumenten zijn uitvoerig beschreven in het in 1991 verschenen lijvige boekwerk "Kielklaviere", uitgegeven door het Staatliches Institut für Preussischer Kulturbesitz te Berlijn.

Orgelpark werkplaats voor nieuwe muziek?

1 Jan 2007
In elk geval klonk bij de opening van het Orgelpark, zaterdag 20 januari 2007, uitsluitend nieuw gecomponeerde muziek. Muziek van de filmmuziekcomponist Vincent van Warmerdam en van de componist Fred Momotenko, die, voordat hij zich bekwaamde in het componeren, slagwerk studeerde in Moskou.
Beide componisten schreven werk voor drie orgels speciaal voor de opening van het Orgelpark, dat momenteel al over drie orgels beschikt. Of dit al niet genoeg is, een vierde orgel is in bestelling.
Behalve over orgels beschikt het Orgelpark ook nog over een tweetal vleugels en over een Mustel drukwindharmonium. Toetsinstrumenten te over dus in het Orgelpark.
Vanaf de opening tot eind mei zijn er maar liefst 55 concerten gepland, waaronder filmmuziek, choreografie en jazz.
Het Orgelpark is gesitueerd in een door Stadsherstel gerestaureerd kerkgebouw, gelegen aan het Vondelpark, Gerard Brandtstraat 26.

Internet: www.orgelpark.nl

Hoezo koninklijk instrument?

1 Dec 2006
Het orgel een volwaardige plaats geven in de muziekcultuur, dat is wat de VNPO zich tot doel heeft gesteld. Deze vereniging (voluit: Vereniging Nederlands Platform voor Orgelkunst en -cultuur) organiseerde op 21 november 2006 een symposium waarin de rol van het orgel in de Nederlandse muziekcultuur tegen het licht werd gehouden. Plaats van handeling: Rotterdam, De Doelen en de burgerzaal van het stadhuis.
Bepaald niet overbodig, want bij velen heeft het orgel een stoffig en saai imago. Dat de reden hiervoor vaak is gelegen in de onbekendheid met het instrument, maakt het alleen maar moeilijker om van dit imago af te komen.
Toch zijn er in ons land plaatsen te vinden met druk bezochte concertseries. Bijvoorbeeld in Haarlem en Nijmegen.
In de levendige forumdiscussies werd serieus geprobeerd boven tafel te krijgen waarom orgelconcerten in plaats A goed lopen en in plaats B een marginaal bestaan leiden. De volgende kritische succesfactoren kwamen daarbij bovendrijven: Kasper Jansen, muziekredacteur van NRC Handelsblad gaf de organisatoren van orgelconcerten nog mee: "Klaag niet, maar wees trots!".

Neobarokke orgels alweer historie?

1 Nov 2006
"Verfrissend, helder en sprankelend" zijn zo maar een paar woorden die bij me op komen als ik denk aan mijn eerste kennismaking met neobarokke orgels in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Dat was nog eens wat anders als het massieve geluid van het Van Leeuwen orgel uit 1912 in de kerk van mijn ouders!
orgel Nieuwendijk Begin zeventiger jaren werd ik organist op een neobarokorgel (Geref. kerk te Nieuwendijk, bouwer: Van Vulpen, 1960, 23 st., zie afbeelding gemaakt door A. van Andel te Valkenswaard).
Ik raakte er niet op uitgespeeld, zo mooi vond ik het.
Toen ik er in 1988 afscheid van nam, realiseerde ik me dat ik wat genuanceerder was gaan denken over dit orgel. In plaats van "verfrissend, helder en sprankelend" kwamen mij soms ook wel eens de termen "dun en scherp" in gedachte.
Ik merkte dat mijn waardering teruggelopen was, en dat ik meer oog (beter gezegd meer oor) gekregen had voor een zwakke kant van dit type orgel, namelijk het ontbreken van voldoende breedte in de klank.

Het zal u daarom niet verbazen dat men in de loop der tijd getracht heeft neobarokke orgels door herintonatie meer breedte in de klank te geven.
Met wisselend succes; vaak is dit ten koste gegaan van de kwaliteit van de klank. Het bovengenoemde Van Vulpen orgel is dit lot gelukkig bespaard gebleven. Tot op het moment dat ik dit schrijf, is het instrument ongewijzigd bewaard gebleven. Het is dan ook één van de betere neobarokke orgels.

Het bovenstaande kwam mij in gedachte door het verschijnen van "Orgels van de Wederopbouw", deel 8 in de serie "Nederlandse Orgelmonografieën" (uitgave Walburg Pers). Dit deel gaat over orgels die gebouwd zijn na 1945, met name die van het neobarokke type. Het houdt de herinnering levend aan een uiterst interessante periode in de orgelbouw, die nu alweer tot de historie behoort.

Jaardag Harmonium Vereniging Nederland

31 Oct 2006
Jaak Nicolaas Lemmens (1823-1881) heeft zich bij het componeren van liederen met harmoniumbegeleiding aardig aangepast aan de 19e eeuwse Engelse smaak. Voor een Belg misschien niet zo voor de hand liggend, maar verklaarbaar met de wetenschap dat hij met een Engelse zangeres gehuwd was.
Met haar maakte hij diverse tournees door Engeland, waarbij hij haar op het harmonium begeleidde.
Het Mustel harmonium dat hij op zijn reizen meenam, bestaat nog steeds en is thans in het bezit van de Nederlandse harmoniumspeler Maarten Stolk.
Helaas was dit instrument op de jaardag (28 oktober j.l. in Ede) niet aanwezig, maar er stond wel een soortgelijk Mustel harmonium opgesteld.
En ook nu werd het werk van Lemmens door een Belgisch/Engels echtpaar uitgevoerd: Nico Declerck, harmonium en Rachal McCall, sopraan.
Voor een aandachtig publiek hielden zij zich bezig met de muzikale nalatenschap van Jaak Nicolaas Lemmens, boeiend van de eerste tot de laatste noot.

De dag van het kleine pijporgel

30 Sep 2006
zelfbouw pijporgeltje Op de "Open dag van het kleine pijporgel", 23 september in Wageningen, was een heel scala aan zelfbouwpijporgeltjes te zien. Van "geïmproviseerde" constructies tot professioneel uitziende instrumenten. Typerend is wel dat er vrijwel geen metalen pijpwerk gebruikt wordt, alles is hout. Het zelf maken van metalen pijpwerk is onlangs in de Bouwbrief van de Vereniging Huismuziek beschreven, zodat we een volgende keer wellicht ook orgeltjes met metalen pijpwerk kunnen bewonderen.
Een bijzonder fraai orgeltje dat te zien was tijdens de open dag is hierbij afgebeeld.

"Bruynsmedelijn, bruynsmedelijn, ghy zijt zeer hups en fijn"

31 Aug 2006
Bij het spelen van Girolamo Frescobaldi's "Capriccio sopra la bassa fiamenga" heb ik altijd al gedacht: Ja, dat thema klinkt vertrouwd, dat zal wel komen omdat Frescobaldi het tijdens zijn verblijf in Brussel heeft opgepikt.
Op 29 augustus hield Pieter Dirksen in Utrecht een lezing over de klaviermuziek van Frescobaldi, en daar kwam uiteraard ook aan de orde wat deze Italiaan in de Lage Landen heeft opgedaan. Niet alleen speel- en compositietechnieken, maar dus ook ook melodietjes die hij als thema gebruikte in zijn klaviermuziek.
Daarover vertelde Dirksen dat la bassa fiamenga de melodie is van het 16e eeuwse Vlaamse liedje Bruynsmedelijn, bruynsmedelijn, ghy zijt zeer hups en fijn.
Het kwartje viel bij mij, en thuisgekomen zette ik het Susanne van Soldt manuscript op de lessenaar en jawel hoor: de melodie van de Almande Brun Smeedelyn uit deze verzameling heeft toch wel veel verwantschap met het thema van Frescobaldi's capriccio!
Het Susanne van Soldt manuscript (1599) is uitgegeven, samen met nog enkele andere verzamelingen klaviermuziek uit die tijd, door de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis.
Deze uitgave is voorzien van vele pagina's inleiding, kritische noten en commentaar. In dit geval begint de muziek om te spelen pas na 48 bladzijden! U zult mij daarom niet kwalijk nemen dat ik indertijd toen ik de bundel aanschafte, meteen ben begonnen op bladzijde 49....
Als ik eerst alle tekst had doorgewerkt, was het weetje van Pieter Dirksen, compleet met de link naar Frescobaldi's capriccio, oud nieuws voor me geweest.

Momenta Musica III Nederlanse klaviermuziek uit de 16e en 17e eeuw edited by Alan Curtis
Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis Amsterdam 1961.
zie blz. XXVIII


Hoe Joh. Th. Ruijf zijn kerkharmoniums aan de man bracht

1 Jul 2006
In het harmoniummuseum te Bargercompascuum is een harmonium te zien dat door middel van een speciale windvoorziening is omgebouwd tot kerkinstrument. Deze (elektrisch aangedreven) windvoorziening werd geplaatst in een aparte kast die achter het eigenlijke harmonium werd opgesteld. Joh.Th. Ruijf, leverancier van dit type instrumenten hield een waas van geheimzinnigheid in stand over wat er nu precies in die kast zat. De kast werd verzegeld, en bij verbreken van het zegel verviel de garantie...
Onlangs meldde zich iemand die Ruijf in de veertiger jaren van de vorige eeuw nog bezig had gezien in zijn werkplaats. Het is de heer Helderman te Harderwijk. Joh.Th. Ruijf was een neef van zijn moeder.
De heer Helderman weet het volgende te melden:
[...] Indertijd sleepte hij [Ruijf, D.B.] overal harmoniums vandaan, bouwde ze om tot bruikbare kerkinstrumenten met soms zelfs een loos frontje erbij.
's Avonds reed hij er mee langs geïnteresseerde kerkenraden en demonstreerde zo'n instrument eigenhandig, waarbij zijn broer Petrus, een gerenommeerd voordrachtskunstenaar, dramatische gedichten zoals
Elisa's vlucht e.d. voordroeg. Dat verkocht best goed. [...]
Aardig om te vernemen hoe Ruijf zijn instrumenten aan de man bracht!

Een artikel over het Ruijf kerkharmonium is te vinden in het archief. Daar kunt u ook zien hoe een Ruijf kerkharmonium er uitziet.

Holpijp of Prestant?

1 Jun 2006
Gebruikten grote meesters als Bach of Monteverdi een holpijp of een prestant als basis voor het continuospel? Orgelmaker Henk Klop houdt het op de prestant. Hij doet die uitspraak in een interview dat ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van zijn orgelmakerij in het tijdschrift Muziek en Liturgie (nr. 2006-6/7) is afgedrukt.
Elke musicus die iets met een continuo van doen heeft, kent de kistorgeltjes van de firma Klop; inmiddels zijn er al zo'n 350 (!) afgeleverd. Vrijwel al deze instrumenten hebben als basisregister een holpijp 8'.
Sinds een jaar of acht bouwt Klop ook kistorgels met een prestant 8' als basisregister. Nu zijn de pijpen van een prestant ongeveer twee keer zo lang als die van een holpijp. Ze kunnen dus niet binnen de beperkte ruimte van de orgelkast opgenomen worden, maar staan in open opstelling er naast. Hoe dat er uit ziet, kunt u zien op de website van Klop www.klop.info/foto/112.

Holpijp of prestant, hoe zit het nu, historisch gezien? Ik denk dat we niet moeten vergeten dat het gemakkelijk te transporteren kistorgel een uitvinding is van onze tijd. Noodzakelijk omdat we in historische stijl barokmuziek willen spelen in ruimten waar een voor de continuopraktijk geschikt orgel niet (meer) tot het vaste inventaris behoort.
In de 17e en 18e eeuw was dat wel het geval. Op afbeeldingen uit die tijd zien we dat het orgel waarop de continuo partij gespeeld wordt een orgelpositief is dat een vaste plaats heeft in de ruimte waar gemusiceerd wordt. In zo'n positief is meer ruimte voor grote orgelpijpen dan in onze kistorgels.
Ik denk dat zo'n positief meestal zowel een prestant 8' als een holpijp 8' (of een soortgelijk gedekt register) bevatte. Het geluid van de prestant werd gekenmerkt als mannelijk en dat van de holpijp als vrouwelijk. Afhankelijk van wat er precies met het continuo te begeleiden viel, zal de speler gekozen hebben voor de prestant of de holpijp. Misschien werd bij een sopraanaria de holpijp getrokken, en bij een basaria de prestant.

Een goed voorbeeld van mannenstemmen, begeleid met een prestant in het continuo is te horen in een opname met muziek van Monteverdi. De opname dateert uit 1988, is in 1995 uitgekomen op het label Tactus, nr. TC 561302. Claudio Monteverde
Lettera Amorosa a Voce Sola con altri Madrigali in genere Rappresentativo
Ensemble Concerto, Direzione Roberto Gini.


Misschien kunt u de cd nog ergens krijgen. Nog steeds van harte aanbevolen!
terug naar het begin